banier
lijntje
lijntje
back
Gamma-uil Autographa gamma

Ongetwijfeld de bekendste nachtvlinder. Gemakkelijk te herkennen aan het witte vlekje op de voorvleugels dat de vorm heeft van een Griekse Y, of van een pistool. Voorvleugels bruinig, achtervleugels bij de basis lichtgrijs, langzaam donkergrijs wordend naar de rand toe. De ni-uil lijkt er sterk op, maar die is kleiner, lichter van kleur en z'n witte vlek loopt verder door op de voorvleugels en is anders van vorm. Ook de schijn-gamma-uil lijkt sterk op de gamma-uil, maar heeft een onderbreking in z'n witte vlekje, waardoor dit meer lijkt op een vraagteken dan op een Griekse Y. Zowel de ni-uil als de schijn-gamma-uil zijn in Nederland erg zeldzaam. De gamma-uil is verder te herkennen aan zijn gedrag. Als het dier niet rust, trilt hij constant met zijn vleugels. De grootte is enorm variabel, de spanwijdte loopt dan ook uiteen van 30 mm tot meer dan 50 mm.

De eitjes worden vanaf mei afgezet, meestal stuk voor stuk op de onderzijde van bladeren. De ontwikkeling is afhankelijk van de temperatuur. In warme zomers kunnen de vlinders al 7 weken na de ei-afzetting verschijnen. De rupsen van de gamma-uil kunnen worden gevonden tot de eerste nachtvorst. Die overleven ze niet. De kleur van de rups varieert enorm van geelgroen tot zwartig groen en zelfs geheel zwarte exemplaren komen voor. Over de rug loopt een donkere streep, begrensd aan weerszijden door een grillig verlopend wittig lijntje. Over de spiracula loopt een opvallende gele lijn. Vaak zijn op de rug kleine rondjes zichtbaar die sterk doen denken aan spiracula, maar het uiteraard niet zijn. De voorpootjes zijn bruinig, de kop is groenig. Omdat de rups slechts drie paar buikpoten heeft, kun je hem aanzien voor de rups van een spanner. De rups wordt 30 tot 40 mm lang. De rupsen zijn beslist niet kieskeurig en te vinden op alle mogelijke laagblijvende planten, inclusief tuinplanten. Soms worden ze een plaag in groenten, zoals erwten en kool. Het verpoppen gebeurt in een zilvergrijze, glanzende kokon die wordt vastgemaakt aan de onderzijde van bladeren.

De volwassen gamma-uil overleeft zelden onze winters. Het is dan ook een trekvlinder die vanuit zuidelijk Europa noordwaards trekt. De eerste verschijnen in mei, de laatste vlinders worden meestal begin oktober gezien. Deze trekkers worden in de zomer en nazomer nog aangevuld met bij ons geboren exemplaren, zodat vanaf augustus enorme aantallen kunnen worden waargenomen. Hoewel de meeste dieren vooral 's nachts actief zijn, kunnen grote aantallen ook overdag gezien worden. Ze bezoeken dan bloemen en vliegen tussen de koolwitjes, atalanta's en vosjes in. Ze vallen door hun bruine kleur, plompe lichaamsbouw, kleine vleugels en zenuwachtige gedrag meteen op. Kunnen 's nachts in grote aantallen op licht en smeer afkomen. In geheel Nederland op alle grondsoorten een gewone tot zelfs massaal optredende soort. Ook elders in Europa gewoon, tot aan de poolcirkel toe, al nemen de aantallen af naar het noorden toe.

NB Deze soort staat ook bekend als het gamma-uiltje, de gammavlinder en het pistooltje. De naam wordt ook wel aan elkaar geschreven: gammauil of gammauiltje.